Gevarieerde heg of struweel - aanleg
Houtige opslag
Heggen en struweel zijn struiken en/of bomen die in een lijn zijn aangelegd en een dicht aaneengesloten karakter hebben. Hagen zijn daarbij vaak meer intensief beheerd (gesnoeid), terwijl (struweel)heggen meer tijd en ruimte krijgen om uit te groeien en gevarieerder en ruiger te worden. Heggen hebben daarom de voorkeur als bij-vriendelijk element, omdat ze meer voedsel- (bloesems) en schuilmogelijkheden bieden. Heggen en struweel zijn tussen de 50 centimeter en 4 meter breed.
Verder is het ook mogelijk om houtige planten in een breder lijnvormig element aan te leggen in de vorm van houtwallen (incl. aarden wal), of singels en/of een bomenrij (direct op de ondergrond). Zie daarvoor de pagina Houtwal of singel - beheer. Voor meer blokvormige vegetatie zoals bossen, struweel en hakhout, zie Blokvormige houtige opstand - aanleg.
Gewenste vegetatie
Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten'. Onderzoek waar mogelijk eerst of deze soorten nu al voorkomen op de plek waar u een maatregel wilt gaan nemen. Zo ja, dan is het beter om deze soorten te bevorderen via het juiste beheer. Kijk voor een gericht beheeradvies op Heg of struweel - beheer.
Zijn deze soorten nog niet aanwezig, gebruik dan deze ontbrekende soorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten' voor het samenstellen van uw plantgoed of zaaimengsel.
Twee tips bij het maken van een selectie:
- Weet u of de bodem ter plaatse erg voedselrijk of voedselarm is, houdt daar dan rekening mee in de selectie (zie onder).
- Kies voor soorten die elkaar aanvullen in bloeiperiode, zodat de bijen in uw terrein gedurende hun hele vliegperiode voedsel kunnen vinden. Wilt u meer hulp om deze ‘bloeiboog’ zo goed mogelijk af te stemmen op de vliegperiode van specifieke bijen in uw regio, maak dan gebruik van de ‘bloeibogen’ webtool.
Meest geschikte soorten
Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.
Vuistregels voor aanleg
Planning
Houtige struiken en planten kunnen van november tot eind maart geplant worden, in de winterrust voordat de sapstroom weer op gang komt. Liefst niet tijdens te strenge vorst of extreem (winter)weer.
Ruimtelijke indeling
- Houdt bij de keuze van het sortiment rekening met de groeiplaatseisen.
- Voor een dichte haag of heg 3-4 planten per meter rekenen, in een enkele rij. Een wat bredere haag kan ook uit 2 rijen (0.5 m tussen de rijen) bestaan.
- Plant verschillende soorten houtige planten in een heg of haag groepsgewijs bij elkaar, zodat sterke groeiers niet de langzamere soorten gaan domineren of zelfs wegconcurreren. Meerdere (boom/struik)soorten geven een hogere diversiteit en zo meer functie voor onder andere diverse wilde bijen. Kies het liefst soorten die na elkaar bloeien zodat voor langere tijd voedsel beschikbaar is.
- Bepaal de vorm en formaat afhankelijk van de functie en beschikbare ruimte. Voor een afscheiding rond tuin of weide (heg/haag) of langs een weg (singel/houtwal/bomenrij) is vaak minder ruimte beschikbaar maar kan meer gevarieerd worden in soorten, terwijl bij een groter beschikbaar perceel meer uitgroei door verminderd of gefaseerd snoeien mogelijk is. Zie eventueel ook de Aanleg blokvormige houtige opstand.
- Zorg waar mogelijk voor een haag van minimaal 1m breed of breder. Een meer uitgroeiende (en minder vaak gesnoeide) haag geeft een langere bloei, en bovendien geeft bredere heg aan meer diersoorten schuil-, nestel- en voedselgelegenheid.
- Leg onder de heg of haag een gevarieerde onderbegroeiing aan. Doe dit door gefaseerd en éénmaal per jaar (september-oktober) te maaien en af te voeren. Zie eventueel Aanleg bloemrijke vegetatie.
Voorbewerking
- Indien aanwezig verwijder de graszode en maak de grond los.
- Zorg dat het plantgoed niet uitdroogt in de voorbereidingen van het planten.
- Maak een plantgat dat groot genoeg is voor het hele wortelstelsel van houtige planten. Voor lijnvormige houtige opstand kan eventueel ook een sleuf worden gegraven.
Aanplant/inzaai
- Plant de bomen en struiken diep genoeg zodat het hele wortelstelsel in het gat of in de sleuf past, vul het gat aan met grond (en eventueel een deel compost). Zorg dat ook de grond voor het aanvullen voldoende los is zodat de wortels goed bedekt zijn.
- Geef waar mogelijk ruimte aan onderbegroeiing wanneer de struiken/bomen goed zijn aangeslagen.
Nazorg
- Snoei kort na aanplant houtige gewassen tot 2/3 boven de grond terug om groei van (zij)twijgen in het eerste jaar te bevorderen. Doe dit snoeien alleen in de winterperiode en niet bij beuk of haagbeuk.
- Zorg in de eerste periode na aanleg, aan het begin van het groeiseizoen, dat de bodem voldoende vochtig is.
- Let bij de aanplant van meidoorn op ‘bacterievuur’ en ‘perenvuur’. Deze infectieziekten kunnen voedselgewassen aantasten, overleg eventueel met de gebruikers van de aanliggende percelen.
- Houdt de grond rond de aangeplante struiken/vegetatie in het eerste jaar vrij van onkruid.
- Bescherm, waar nodig, de nieuwe aanplant tegen (grote) grazers door middel van een afzetting. Gebruik eventueel een afrastering met stroomdraad.
Duurzaam beheer in latere jaren
NB: Blijvend bijvriendelijk beheer is essentieel om de waarde voor de toekomst te behouden.
Kijk voor een gericht beheer-advies op Heg of struweel - beheer.
Combineren met nestaanleg
Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.
Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bovengronds kan dit door bijvoorbeeld aangepast maaibeheer, het plaatsen/maken van een insectenhotel en aangepast onderhoud van struiken en bomen. De ondergrond kan geschikt worden gemaakt als nestlocatie door het creëren van open plekken in de vegetatie, het aanleggen van nesteldijkjes of het afsteken van taluds.
Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB
Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Past bij
Bebouwd gebiedIntensief landbouwgebied
Landbouwzone rond natuurgebied
Ecoprofiel voor bestuivers
BosBosrand en grazig
Foto Anjo de Jong