Houtwal of singel - beheer

Houtige opslag

Houtwallen of singels zijn bredere stroken in het landschap waar bomen en struiken in een min of meer natuurlijk verband zijn aangeplant of groeien, al dan niet met een ondergroei van kruidachtige soorten. Houtwallen liggen daarbij op een verhoogde aarden wal. Houtwallen en singels zijn van grote ecologische waarde omdat zij habitat bieden aan vele soorten planten, dieren en overige organismen. Creëer van de vrijgekomen takken bij beheer takkenrillen die als nestgelegenheid kunnen dienen voor bestuivers en andere dieren.

Houtwallen en singels zijn tussen de 4 en 20 meter breed.

Gewenste vegetatie

Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om in uw beheersplan toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit de lijst 'Meest geschikte soorten'.

Meest geschikte soorten

Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.

Vuistregels voor beheer

Planning

  • Het afzetten van de bomen kan het best gedaan worden in het bladerloze seizoen, buiten het broedseizoen (grofweg november tot en met februari).

Praktische uitvoering

  • Voor bestuivers is het wenselijk dat er zo min mogelijk gesnoeid wordt zodat er een natuurlijk proces op gang komt dat zorgt voor voldoende kwijnend en dood hout. 
  • Indien nodig voor de veiligheid kunnen gevaarlijke takken gesnoeid worden.

Ruimtelijke indeling

  • Grootschalig beheer om het successie stadium van de houtwal terug te zetten is pas nodig na 10-12 jaar. Doe dit echter altijd gefaseerd, bijvoorbeeld om de 4 jaar 1/3 deel maar hoe kleinschaliger hoe beter. Op die manier zijn er altijd bomen en struiken van alle leeftijden aanwezig. 
  • Zet de bomen en struiken af tot 10 à 20 centimeter boven de grond. Doe dit wel in vakken zodat ze voldoende licht vangen en opnieuw kunnen uitlopen. 
  • Oude bomen (overstaanders) kunnen eventueel blijven staan evenals bomen met holtes waar mogelijk vogels en vleermuizen gebruik van maken.

Combineren met nestaanleg

Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.

Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bij verminderd snoeien kan er een natuurlijk proces van kwijnend en doodhout op gang komen. Dit is nuttig voor nestgelegenheid van bestuivers (en andere insecten). Twee derde van de ongeveer 328 in Nederland voorkomende soorten zweefvliegen is in meer of mindere mate gebonden aan bos. Daarvan wordt een groep van 57 soorten onder de saproxylen (sapros = rot, xylos = hout) bedeeld waarvan de larven voor hun afhankelijk zijn van oude bomen. Deze larven voeden zich met schimmels in het rottende hout, sap dat uit wonden in de bast vloeit of water dat in boomholtes blijft staan. Stabiele vochtige microklimaten zijn wenselijk voor rottend hout zodat de rottingsplekken en sapstromen niet uitdrogen. Het rigoureus dunnen of kappen van bossen of houtige vegetatie is voor deze soorten dus niet wenselijk omdat het bos dan opener wordt met meer invloed van zon en wind.

Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB

Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Ecoprofiel voor bestuivers

Bos
Bosrand en grazig
Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Dianne Sanders