Ecoprofielen voor bestuivers

In Nederland komen veel soorten bestuivers voor, elk met hun eigen voorkeuren voor leefgebied en landschap. Zo zijn er ongeveer 360 soorten wilde bijen en hommels en ongeveer 330 soorten zweefvliegen. Door deze grote diversiteit is het nemen van gerichte maatregelen om wilde bestuivers te bevorderen complex. 

Om deze diversiteit hanteerbaar en toepasbaar te maken, zijn de soorten samengebracht in zeven ecoprofielen voor bestuivers. Elk ecoprofiel vertegenwoordigt een groep soorten met vergelijkbare eisen aan hun leefomgeving. Voor ieder ecoprofiel zijn specifieke bouwstenen voor een bijenlandschap ontwikkeld, waarbij de ruimtelijke randvoorwaarden expliciet zijn benoemd. In deze brochure laten we zien welke maatregelen u kunt nemen om deze bouwstenen voor de verschillende ecoprofielen te realiseren.

Zie voor meer informatie: Landschapsgericht advies

De zeven ecoprofielen

Bosrand & grazig

Dit ecoprofiel omvat soorten die gebruikmaken van opgaande begroeiing met bomen, struiken en ruigteplanten voor voedsel en/of voortplanting, maar die daarnaast ook gebruikmaken van droge, grazige terreinen met wat open plekjes (en voor diverse zweefvliegen ook moerassige plekken). Sommige soorten gebruiken de bomen en struiken uitsluitend voor hun voedsel en gebruiken open terrein om te nestelen. Ook het omgekeerde komt voor, bijvoorbeeld bij bijen die in dood hout en holle takken nestelen en hun voedsel halen uit bloemen in het grasland. Deze soorten komen voor in structuurrijke bosranden, maar vaak ook in tuinen, parken en plantsoenen.