Heg of struweel - beheer

Houtige opslag

Heggen en struweelhagen zijn struiken en/of bomen die in een lijn zijn aangelegd en een dicht aaneengesloten karakter hebben. Hagen zijn daarbij vaak meer intensief beheerd (gesnoeid), terwijl (struweel)heggen meer tijd en ruimte krijgen om uit te groeien en gevarieerder en ruiger te worden. Heggen hebben daarom de voorkeur als bij-vriendelijk element, omdat ze meer voedsel- (bloesems) en schuil-mogelijkheden bieden. De open grond onder heggen en hagen is zeer waardevol voor bodemnestelende bijen. 

Heggen en struweelhagen zijn tussen de 50 centimeter en 4 meter breed.

Gewenste vegetatie

Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om in uw beheersplan toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit de lijst 'Meest geschikte soorten'.

Meest geschikte soorten

Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.

Vuistregels voor aanleg

Planning

  • Snoei heggen niet wanneer ze bloemen of vruchten dragen, november tot en met januari is het meest geschikt. 
  • Wanneer jaarlijks snoeien/scheren noodzakelijk is, snoei/scheer dan tot 2 centimeter van de vorige snoeibeurt, zodat de plant op het oudere hout bloemen kan produceren.

Materialen

  • Hoe kleiner het materiaal dat je gebruikt, hoe meer variatie in beheer er zal zijn wat natuurlijke processen ten goede komt. Kies voor materialen die in verhouding staan tot de oppervlakte aan beheer dat je moet uitvoeren.

Praktische uitvoering

Klimop is laat in het jaar een waardevolle voedselplant voor bestuivers. Wanneer klimop de groei en gezondheid van een heg/haag in gevaar brengt, laat dan altijd een deel in tact zodat er altijd wat klimop bloemen beschikbaar blijven voor bestuivers.

Ruimtelijke indeling

  • Snoei heggen niet jaarlijks in zijn geheel maar roulerend ieder jaar 1/3 deel.
  • Bij wat meer verspreidde struweelstruiken is het ook mogelijk om ieder jaar 1/3 van de heg terug te zetten tot nog boven de grond.
  • Overweeg bij hoge hagen om tot een bepaalde hoogte te snoeien en daarboven de struiken te laten verwilderen.
  • Wanneer struiken die onderdeel uit maken van een haag of heg uit vallen, verwijder deze dan en plant daar opnieuw aan. 
  • Pas op de lange termijn af en toe verjonging toe door struiken terug te zetten of te vlechten. Het vlechten van heggen heeft hierbij de voorkeur omdat de struiken dan sneller opnieuw in bloei zullen komen. 
  • Voorafgaand aan het vlechten van heggen snoei je eerst de kleine takken van de struiken om werkruimte vrij te maken. Bij het vlechten maak je gebruik van liggers en staanders. Staanders staan ongeveer om de meter in de heg en zaag je op ongeveer 1.20 tot 1.30 hoogte in en leg je af. Liggers zaag je net boven de grond schuin in waarbij minimaal 1,5 centimeter verbinding met sapstroom over blijft. De liggers vlecht je vervolgens ook tussen de staanders op ongeveer 80 graden schuin. 
  • Een kruidenrijke laag als ondergroei kan voorzien in voedselvoorziening voor bestuivers wanneer de heg niet in bloei staat. 

Combineren met nestaanleg

Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.

Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bij verminderd snoeien kan er een natuurlijk proces van kwijnend en doodhout op gang komen. Dit is nuttig voor nestgelegenheid van bestuivers (en andere insecten). Twee derde van de ongeveer 328 in Nederland voorkomende soorten zweefvliegen is in meer of mindere mate gebonden aan bos. Daarvan wordt een groep van 57 soorten onder de saproxylen (sapros = rot, xylos = hout) bedeeld waarvan de larven voor hun afhankelijk zijn van oude bomen. Deze larven voeden zich met schimmels in het rottende hout, sap dat uit wonden in de bast vloeit of water dat in boomholtes blijft staan. Stabiele vochtige microklimaten zijn wenselijk voor rottend hout zodat de rottingsplekken en sapstromen niet uitdrogen. Het rigoureus dunnen of kappen van bossen of houtige vegetatie is voor deze soorten dus niet wenselijk omdat het bos dan opener wordt met meer invloed van zon en wind.

Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB

Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Ecoprofiel voor bestuivers

Bos
Bosrand en grazig
Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Dianne Sanders