Tuinonderhoud - beheer

Algemeen

Bij het beheer van tuinen geldt over het algemeen, hoe minder “netjes" hoe beter. Om de tuin aantrekkelijk te maken voor bestuivers kun je veel verschillende elementen toevoegen aan de tuin. Afhankelijk van de grootte van de tuin kun je combinaties maken van deze elementen. Over het algemeen geldt, hoe meer variatie in aanbod, hoe meer variatie in de bestuivers. Denk daarbij aan variatie in plantensoorten, hoogte van de ondergrond, hoogte van de beplanting en variatie in tuinelementen. Tuinen van alle maten kunnen waardevol zijn voor voedsel- en nestgelegenheid voor bestuivers, zowel midden in de stad als aan de rand van het dorp of in agrarisch gebied.

Elementen die je in een tuin kunt aanleggen die waardevol kunnen zijn voor bestuivers zijn: gazon/weide, borders, erfafscheiding (haag, takkenril, schutting, sloot, houtwal), houtige beplanting, kunstwerken (vijver, pergola, stenen/stapelmuur), verharding (half verhard), schuur (groendak, ingebouwd insecten hotel).

Gewenste vegetatie

Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om in uw beheersplan toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit de lijst 'Meest geschikte soorten'.

Meest geschikte soorten

Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.

Vuistregels voor beheer

Planning

Wanneer u uw gazon minder vaak maait kunnen ook andere soorten (afhankelijk van de lengte van de periode van het niet maaien) tot bloei komen. Voor een wat bloemrijker gazon is het wenselijk om het maaisel af te voeren zodat de grasmat niet te veel verdicht, zie ook Bloemenveld - beheer.

Laat vaste planten ongemoeid te winter in gaan zodat nesten in stengels behouden blijven (en de larven in het nest hun levenscyclus kunnen voltooien) en er schuil plaatsen zijn onder het afgevallen blad. Wanneer de planten in het voorjaar weer gaan uitlopen kunt u de stengels eventueel verwijderen en op een andere plek nog enkele weken/maanden laten rusten tot de insecten weer actief zijn en de nesten hebben verlaten.

Materialen

Bij een goede balans van planten en dieren in uw tuin zult u minder last hebben van bijvoorbeeld onkruid- en luizenplagen. Wanneer uw tuin geschikt habitat bied voor bijvoorbeeld zweefvliegen en lieveheersbeestjes zult u minder last hebben van luizenplagen op uw planten omdat deze gegeten worden door de larven van deze insecten. Als in uw gazon naast gras ook klaver en madeliefjes groeien bedenk dan dat deze waardevol zijn voor insecten en niet bestreden hoeven worden. Een natuurvriendelijke tuin is niet “strak en netjes" maar heeft een juiste balans tussen verschillende planten en diersoorten. Dicht begroeide borders met inheemse vaste planten zullen minder vatbaar zijn voor onkruiden. Vooral wanneer er in de bodem gewoeld is bestaat er een kans dat onverhoopt toch op grote schaal ongewenste kruidachtige planten opkomen. Mochten deze ongewenste soorten opkomen in uw tuin verwijder deze dan handmatig (indien nodig met wortel) voordat ze uitgebloeid zijn en zaden hebben laten vallen. Wanneer de zadenvoorraad van deze soorten in de bodem uitgeput is en de bodem tot rust is gekomen zult u merken dat de onkruiden minder en minder op komen. Pas eventueel mulchen (aanbrengen van een laag organisch materiaal van bijvoorbeeld blad van smeerwortel, stro, houtsnippers, gehakseld snoeiafval, dunne laag gazonmaaisel) toe om lichtkiemers te beperken. Bijkomend voordeel van het toevoegen van organisch materiaal aan de bodem is dat deze minder gevoelig is voor warmte en droogte en een gezond bodemleven in stand houdt.

Praktische uitvoering

Insectenhotels hebben regelmatig onderhoud nodig. In dit advies, Heeft een bijenhotel onderhoud nodig?, uitgebracht door de Helpdesk Bestuivers kunt u gedetailleerde informatie vinden over het onderhoud dat verschillende onderdelen van insectenhotels behoeven.

Ruimtelijke indeling

Probeer bij al het nodige beheer in uw tuin variatie in tijd en ruimte toe te passen, snoei bijvoorbeeld niet alle knotwilgen tegelijk maar ieder jaar een derde van de bomen in de rij waarbij de te snoeien bomen gelijkmatig zijn verdeeld over de hele rij/het perceel. Dit principe is ook toe te passen in het maaien van uw gazon of het snoeien van andere planten.

Creëer van vrijgekomen snoeiafval elders op uw perceel een takkenril/hoop. Deze biedt voor vele diersoorten nestgelegenheid of schuilplekken.

Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Yavanna Aartsma