Hakhout - aanleg
Houtige opslag
Houtopstanden kunnen waardevol zijn als schuil-, rust- of nestplaats van vele soorten, niet alleen voor bestuivers. Inheemse boomsoorten kunnen voor meer soorten een rol spelen dan uitheemse soorten of variëteiten. Lindes,(knot)wilgen, kastanjes en enkele struweel soorten bieden veel nectar en stuifmeel wanneer ze bloeien. Uitgerotte holten in bomen worden onder andere door enkele hommels gebruikt als nestlocatie en in dood hout kunnen nestgangen gemaakt worden door vele soorten bestuivers (bijen én zweefvliegen). Plant indien mogelijk verschillende nectar- en of stuifmeelrijke soorten om zo over langere tijd voedsel te bieden aan de bestuivers. Al vanaf geringe oppervlakte kunnen houtige opstanden waardevol zijn voor zowel nestgelegenheid als voedselgelegenheid.
Gewenste vegetatie
Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten'. Onderzoek waar mogelijk eerst of deze soorten nu al voorkomen op de plek waar u een maatregel wilt gaan nemen. Zo ja, dan is het beter om deze soorten te bevorderen via het juiste beheer. Kijk voor een gericht beheer-advies op Blokvormige houtige opstand - beheer.
Zijn deze soorten nog niet aanwezig, gebruik dan deze ontbrekende soorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten' voor het samenstellen van uw plantgoed of zaaimengsel. Twee tips bij het maken van een selectie:
- Weet u of de bodem ter plaatse erg voedselrijk of voedselarm is, houdt daar dan rekening mee in de selectie (zie onder).
- Kies voor soorten die elkaar aanvullen in bloeiperiode, zodat de bijen in uw terrein gedurende hun hele vliegperiode voedsel kunnen vinden. Wilt u meer hulp om deze ‘bloeiboog’ zo goed mogelijk af te stemmen op de vliegperiode van specifieke bijen in uw regio, maak dan gebruik van de ‘bloeibogen’ webtool.
Meest geschikte soorten
Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.
Vuistregels voor aanleg
Planning
- Plant bomen en struiken bij voorkeur in de winter, tussen bladval en start van de sapstroom (ongeveer november tot eind maart). Plant niet bij strenge vorst of extreme weersomstandigheden.
Ruimtelijke indeling
- Zet hoog groeiende soorten in het midden en zorg voor een geleidelijk opgaande bosrand.
- Laat bij grote oppervlakten ook stukken open met ruimte voor kruidachtige vegetatie en zonnige open bodem voor nesten.
- Houdt bij de keuze van het sortiment rekening met de groeiplaatseisen.
Voorbewerking
- Zorg dat het plantgoed niet uitdroogt in de voorbereidingen van het planten.
- Bereid de grond voor op het planten van de boom, verwijder indien aanwezig de graszode en maar de grond los.
- Maak een plantgat dat groot genoeg is voor het hele wortelstelsel.
Aanplant/inzaai
- Plant het plantgoed diep genoeg zodat het hele wortelstelsel in het gat of in de sleuf past, vul het gat aan met grond (en eventueel een deel compost). Zorg dat ook de grond voor het aanvullen voldoende los is zodat de wortels goed bedekt zijn.
Nazorg
- Houdt de grond rond de aangeplante struiken/vegetatie in het eerste jaar vrij van onkruid.
- Bescherm, waar nodig, de nieuwe aanplant tegen (grote) grazers door middel van een afzetting. Gebruik eventueel een afrastering met stroomdraad.
- Zorg in de eerste periode na aanleg, aan het begin van het groeiseizoen, dat de bodem voldoende vochtig is.
- Snoei struweel aanplant eventueel tot 30 cm boven te grond terug vlak na aanplant om de vorming van zijtakken te versterken.
Duurzaam beheer in latere jaren
NB: Blijvend bijvriendelijk beheer is essentieel om de waarde voor de toekomst te behouden.
Kijk voor een gericht beheer-advies op Beheer blokvormige houtige opstand.
Combineren met nestaanleg
Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.
Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bovengronds kan dit door bijvoorbeeld aangepast maaibeheer, het plaatsen/maken van een insectenhotel en aangepast onderhoud van struiken en bomen. De ondergrond kan geschikt worden gemaakt als nestlocatie door het creëren van open plekken in de vegetatie, het aanleggen van nesteldijkjes of het afsteken van taluds.
Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB
Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Past bij
Landbouwzone rond natuurgebied NatuurgebiedEcoprofiel voor bestuivers
BosBosrand en grazig
Foto Dianne Sanders