Blokvormige houtige opstand - beheer
Houtige opslag
Houtopstanden kunnen waardevol zijn als schuil-, rust- of nestplaats van vele soorten, niet alleen voor bestuivers. Inheemse boomsoorten kunnen voor meer soorten een rol spelen dan uitheemse soorten of variëteiten. Lindes,(knot)wilgen, kastanjes en enkele struweel soorten bieden veel nectar en stuifmeel wanneer ze bloeien. Uitgerotte holten in bomen worden onder andere door enkele hommels gebruikt als nestlocatie en in dood hout kunnen nestgangen gemaakt worden door vele soorten bestuivers (bijen én zweefvliegen). Plant indien mogelijk verschillende nectar- en of stuifmeelrijke soorten om zo over langere tijd voedsel te bieden aan de bestuivers. Al vanaf geringe oppervlakte kunnen houtige opstanden waardevol zijn voor zowel nestgelegenheid als voedselgelegenheid. Creëer van de vrijgekomen takken bij beheer takkenrillen die als nestgelegenheid kunnen dienen voor bestuivers en andere dieren.
Heggen en struweelhagen zijn tussen de 50 centimeter en 4 meter breed.
Gewenste vegetatie
Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om in uw beheersplan toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit uit de lijst 'Meest geschikte soorten'.
Meest geschikte soorten
Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.
Vuistregels voor aanleg
Planning
Het afzetten of omzagen van de bomen kan het best gedaan worden in het bladerloze seizoen, buiten het broedseizoen (grofweg november tot en met februari).
Praktische uitvoering
- Voor bestuivers is het wenselijk dat er zo min mogelijk gesnoeid wordt zodat er een natuurlijk proces op gang komt dat zorgt voor voldoende kwijnend en dood hout.
- Indien nodig voor de veiligheid kunnen gevaarlijke takken gesnoeid worden.
- Om de paar jaar kunnen een aantal bomen geringd worden, waarbij op ongeveer 50 cm van de grond een ring van de bast wordt weggesneden. De boom zal hierdoor langzaam afsterven. In het kwijnende en dode hout kunnen bestuivers en andere insecten nestelen.
Ruimtelijke indeling
- Creëer om de paar jaar open plekken in het bos waar de successie wordt terug gezet. Zo blijft er voldoende variatie in leeftijd van de vegetatie en de hoeveelheid licht dat de bodem bereikt.
- Creëer een geleidelijke bos zoom vegetatie waarbij aan de randen voornamelijk struiken staan en in het midden ook plaats is voor grote bomen.
- Oude waardevolle bomen (overstaanders) kunnen eventueel blijven staan evenals bomen met holtes waar mogelijk vogels en vleermuizen gebruik van maken.
Combineren met nestaanleg
Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.
Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bij verminderd snoeien kan er een natuurlijk proces van kwijnend en doodhout op gang komen. Dit is nuttig voor nestgelegenheid van bestuivers (en andere insecten). Twee derde van de ongeveer 328 in Nederland voorkomende soorten zweefvliegen is in meer of mindere mate gebonden aan bos. Daarvan wordt een groep van 57 soorten onder de saproxylen (sapros = rot, xylos = hout) bedeeld waarvan de larven voor hun afhankelijk zijn van oude bomen. Deze larven voeden zich met schimmels in het rottende hout, sap dat uit wonden in de bast vloeit of water dat in boomholtes blijft staan. Stabiele vochtige microklimaten zijn wenselijk voor rottend hout zodat de rottingsplekken en sapstromen niet uitdrogen. Het rigoureus dunnen of kappen van bossen of houtige vegetatie is voor deze soorten dus niet wenselijk omdat het bos dan opener wordt met meer invloed van zon en wind.
Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB
Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Foto Anjo de Jong