Bloemrijke border - aanleg

Droge kruidenvegetatie

Bij de aanleg van tuinen kun je veel creativiteit kwijt, om de tuin aantrekkelijk te maken voor bestuivers kun je veel verschillende elementen toevoegen aan de tuin. Afhankelijk van de grootte van de tuin kun je combinaties maken van deze elementen. Over het algemeen geldt, hoe meer variatie in aanbod, hoe meer variatie in de bestuivers. Denk daarbij aan variatie in plantensoorten, hoogte van de ondergrond, hoogte van de beplanting en variatie in tuinelementen. Tuinen van alle maten kunnen waardevol zijn voor voedsel- en nestgelegenheid voor bestuivers, zowel midden in de stad als aan de rand van het dorp of in agrarisch gebied. 

Elementen die je in een tuin kunt aanleggen die waardevol kunnen zijn voor bestuivers zijn: gazon/weide, borders, erfafscheiding (haag, takkenril, schutting, sloot, houtwal), houtige beplanting, kunstwerken (vijver, pergola, stenen/stapelmuur), verharding (half verhard), schuur (groendak, ingebouwd insecten hotel). 

Op deze pagina zullen we voornamelijk in gaan op het inrichten van een bloemrijke border. Op andere internet pagina’s is al veel informatie te vinden over het bijvriendelijk inrichten van de tuin.

Gewenste vegetatie

Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten'. Onderzoek waar mogelijk eerst of deze soorten nu al voorkomen op de plek waar u een maatregel wilt gaan nemen. Zo ja, dan is het beter om deze soorten te bevorderen via het juiste beheer. Kijk voor een gericht beheer-advies op Beheer van tuinen.

Zijn deze soorten nog niet aanwezig, gebruik dan deze ontbrekende soorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten' voor het samenstellen van uw plantgoed of zaaimengsel. Twee tips bij het maken van een selectie:

  • Weet u of de bodem ter plaatse erg voedselrijk of voedselarm is, houdt daar dan rekening mee in de selectie (zie onder).
  • Kies voor soorten die elkaar aanvullen in bloeiperiode, zodat de bijen in uw terrein gedurende hun hele vliegperiode voedsel kunnen vinden. Wilt u meer hulp om deze ‘bloeiboog’ zo goed mogelijk af te stemmen op de vliegperiode van specifieke bijen in uw regio, maak dan gebruik van de ‘bloeibogen’ webtool.

Meest geschikte soorten

Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.

Vuistregels voor aanleg

Planning

Het aanleggen van een tuin kan in principe het gehele jaar door. Let bij het plaatsen van beplanting/zaaien wel op de geschikte weersomstandigheden. Planten bij te warm en droog heeft een lagere slagingskans en in periodes van vorst en/of sneeuw slaat de beplanting ook maar moeilijk aan. Bomen en struiken kunnen het beste in het bladerloze seizoen geplant worden. Aanleg van bestrating, schuttingen, pergola’s e.d. kan in jaarrond zolang de vorst niet in de grond zit.

Ruimtelijke indeling

  • Afhankelijk van de grootte van de tuin is er ruimte voor meerdere typen elementen, het is altijd waardevol om zo veel mogelijk variatie aan te brengen (zowel qua tuinelementen, beplanting, hoogte maaiveld, hoogte beplanting etc.)
  • Let er op dat je planten plaatst op een voor hen geschikte plek. Denk daarbij aan het vochtgehalte van de bodem, de hoeveelheid zon en eventueel het bodemtype. Deze informatie is meestal te vinden op de verpakking van de plant of bij de verkoper.

Voorbewerking

  • Kijk voorafgaand aan het ontwerpen van een nieuwe tuin wat er al aan waardevolle elementen/planten aanwezig zijn in de tuin. Probeer deze zoveel mogelijk te behouden of eventueel te verplaatsen, denk hierbij zowel aan voedsel als aan nestgelegenheid. Het verplaatsen van beplanting kan het best gedaan worden in het late najaar tot en met het vroege voorjaar (buiten de vorstperiodes).
  • Stel het assortiment aan planten zo vast dat er van het vroege voorjaar tot in het late najaar bloeiende planten zijn. Niet alleen mooi om zelf van te genieten maar ook belangrijk voor de bestuivers zodat er altijd wat te eten is. In de tabel hierboven kun je zien welke planten wanneer bloeien.
  • Voor het aanplanten van een border is het van belang dat er geen grassen en andere ongewenste planten groeien, die kunnen te sterk gaan concurreren met de aanplant en de border overheersen. Maak de plek van de border dus vrij van deze planten. Laat de grond eventueel enkele weken braak liggen (indien aanleg in het groei seizoen) om ongewenste kruidachtigen te laten kiemen. Schoffel of verwijder deze vervolgens alvorens het planten.
  • Indien nodig kan de bodem in zandgebieden verbeterd worden met compost om het waterhoudenvermogen te verbeteren en het bodemleven te voeden. Let hierbij op dat de compost voldoende gerijpt is zodat deze niet te zuur is.

Aanplant/inzaai

  • Zet de planten in hun pot uit in de border volgens de gewenste posities. Hierbij is het aan te raden om groepjes van dezelfde soort bij elkaar te plaatsen zodat ze niet te veel concurrentie hebben met de andere soorten. Houdt rekening met de gewenste plantafstand, afhankelijk van de soort en de (uiteindelijke)grootte van de plant.
  • Maak bij het planten een plantgat dat groter is als de kluit zodat de grond voldoende los is om de plant heen. Voeg eventueel wat potgrond of compost toe op de bodem van het plantgat. In droge periodes kun je het beste een flinke hoeveelheid water in het plantgat laten toevoegen voor het plaatsen van de plant. Plaats de plant in het gat, zorg dat deze niet te diep of te hoog in het gat staat en vul het gat aan met de grond die uit het gat komt.

Nazorg

  • Verwijder regelmatig ongewenste kruiden en grassen die opkomen in de border.
  • Geef de planten in droge periodes voldoende water. Voorkom dat je net na het aanplanten te veel water geeft, wanneer de planten nooit een beetje ‘dorst’ hebben ontwikkelen ze minder wortels en blijven ze afhankelijk van het extra water geven.

Duurzaam beheer in latere jaren

NB: Blijvend bijvriendelijk beheer is essentieel om de waarde voor de toekomst te behouden.

Kijk voor een gericht beheer-advies op Tuinonderhoud - beheer.

Combineren met nestgelegenheid

Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.

Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Door kruidachtige vegetaties op een goede manier te onderhouden is er al meer ruimte voor natuurlijke nestgelegenheid. Dit omvat het laten staan van stukken van de vegetatie bij maaibeurten, het verschralen van de bodem door te maaien, het niet te kort maaien. Dit alles om er voor te zorgen dat de open bodem goed bereikbaar is. Voor meer adviezen rondom nestgelegenheid kunt u terecht op de pagina Nestgelegenheid van de webtool Terreingericht advies.

Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB

Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Yavanna Aartsma