Voedselbos - beheer
Houtige opslag
Voedselbossen zijn er in vele verschillende vormen en maten. Een standaard beheeradvies is in veel gevallen dus niet toepasbaar. Toch zijn er enkele algemene werkwijzen die het behoud van de waarde van het terrein voor bestuivers kunnen bevorderen.
Inventariseer gedurende het seizoen enkele keren waar veel bestuivers te vinden zijn, zowel bij voedselgelegenheid als bij nestgelegenheid. Zo kom je te weten wat de belangrijke delen van het terrein voor bestuivers zijn. Stel vervolgens een beheerplan op voor tenminste deze onderdelen zodat ze langdurig behouden kunnen worden en breid waar mogelijk deze plekken uit.
Plant ook inheemse planten, struiken en bomen aan zodat er op de juiste momenten in het seizoen voldoende nectar en stuifmeel aanwezig is voor de wilde bestuivers. Denk daarbij vooral ook aan bloeiende soorten vroeg in het voorjaar (bijvoorbeeld grauwe wilg of boerenkrokus) en laat in het najaar (bijvoorbeeld klimop of struikhei). Veel bestuivers zijn beperkt tot een of enkele plantensoorten voor hun voedsel, meer diversiteit aan inheemse planten kan dus ook een doel zijn. Zie het onderdeel aanleg voedselgelegenheid op deze webtool voor meer geschikte plantensoorten om toe te passen.
Probeer beheermaatregelen zo veel mogelijk te faseren. Maai bij iedere maaibeurt maar een deel van het terrein en laat daarbij een deel overstaan door de winter. Laat bij het snoeien van hagen en struiken een deel ongesnoeid om bloei te bevorderen en kies daarvoor steeds een ander deel. Knot ieder jaar maar 1/3 van de bomen, enzovoorts.

Foto Wim Dimmers