Teelt van voor bijen aantrekkelijke gewassen
Algemeen
Een groenbemester kan voor meerdere doelen worden geteeld, zoals het in stand houden of verbeteren van de fysische, chemische en/of biologische bodemvruchtbaarheid, het beheersen van ziekten, plagen en onkruiden en het in stand houden en/of verbeteren van de biodiversiteit.
Het telen van groenbemesters heeft voor- en nadelen. De voordelen leiden direct of indirect tot hogere opbrengsten op korte of langere termijn. Daar staat tegenover dat het telen van een groenbemester tijd en geld kost. Een nadeel van een groenbemester kan zijn dat (bodemgebonden) ziekten en plagen, zoals plant-parasitaire aaltjes, zich vermeerderen. Het is daarom belangrijk de situatie op het eigen bedrijf goed te kennen en per perceel een doordachte keuze van de juiste groenbemestersoort(en) te maken.
In het Handboek Groenbemesters is alle benodigde informatie rondom de teelt van groenbemesters te vinden: handboekgroenbemesters.nl
Groenbemesters kunnen op verschillende manieren een positieve bijdrage leveren aan het verhogen van de bovengrondse biodiversiteit. Het langer groen houden van de bodem geeft insecten:
- voeding (stuifmeel, nectar en prooien, bijvoorbeeld luizen), en
- bescherming tegen ongunstige weersinvloeden (koude, wateroverlast, warmte en droogte).
Ook biedt een groenbemester schuilgelegenheid aan nuttige, bodemkruipende insecten in de periode dat andere gewassen op het bedrijf worden geoogst. Vanuit een perceel met een groenbemester kunnen deze insecten zich weer verspreiden over andere percelen.
Wanneer er groenbemestersoorten uit families worden gekozen die verder niet in de rotatie zijn opgenomen, vergroot dit ook de diversiteit van het aantal insecten. Verder kunnen bloeiende groenbemestersoorten bestuivende insecten voeden, met name in het najaar wanneer het aantal bloeiende soorten in de natuurlijke omgeving afneemt.
Voor wilde bijen zijn percelen met groene braak gunstig; voor honingbijen zijn ook de bloeiende groenbemesters in het najaar waardevol. Vooral kruisbloemigen en vlinderbloemigen zijn gunstig voor bijen. Phacelia, als bekende bijenplant, is met name voor de honingbij aantrekkelijk, maar voor de wilde bij minder belangrijk.
In hoofdstuk 3 van het Handboek Groenbemesters staat een tabel met groenbemesters die als nectar- en stuifmeelleverancier belangrijk zijn voor wilde bijen.
Ecoprofiel voor bestuivers
Bosrand en grazig
Foto Yavanna Aartsma