Plukken kruidenrijke vegetatie laten staan - beheer

Algemeen

Ongeveer 60 solitaire bijensoorten in Nederland maken hun nesten in dood hout of holle stengels. Afgestorven takken en stengels van bijvoorbeeld braam, vlier en riet zijn goede nestelplaatsen, omdat er zacht merg in zit dat de bijen er makkelijk uit kunnen knagen. Behangersbijen, metselbijen en maskerbijen zijn bekende bewoners van zulke nesten.

Algemene maairichtlijnen

  • Al het maaisel dient afgevoerd te worden om de bodem te verschralen en vervilting tegen te gaan. Verschraling van de bodem komt de bloemrijkdom ten goede. 
  • Gebruik niet te zwaar materiaal dat de bodem verdicht zodat bestaande nesten functioneel blijven. 
  • Gebruik bij grote te maaien oppervlakte bij voorkeur een maaimachine met een messenbalk of anders een schotel-maaier. Af te raden is het gebruik van een klepelmaaier of maai-zuigcombinatie. 
  • Bij kleinere oppervlakten kan eventueel gemaaid worden met behulp van een zeis, al vergt dit enige kennis en oefening. 
  • Al het maaisel dient afgevoerd te worden om de bodem te verschralen en vervilting tegen te gaan. Verschraling van de bodem komt de bloemrijkdom ten goede.

Sinus maaibeheer

Afhankelijk van het oppervlakte aan kruidenrijke vegetatie en de lokale voedselrijkdom van het systeem zijn er meerdere maaistrategieën toe te passen. Sinusmaaibeheer is speciaal ontwikkeld is als insecten vriendelijk maaibeheer waarbij er gedurende het gehele jaar verschillende hoogtes van de vegetatie aanwezig zijn. Sinus maaibeheer kan zowel in wat grotere tuinen als op dijken, bredere wegbermen en (natuur)graslanden worden toegepast. Het concept houdt in dat er gedurende het jaar meerdere maairondes zijn die telkens een ander ‘sinus’-pad volgen. Waarbij eerst het kronkelende pad zelf word gemaaid en enkele weken later de ‘binnenkant’ van het pad. De andere zijde van het pad blijft dan staan en zo heb je na één cyclus al drie verschillende hoogtes van vegetatie met tevens windluwe plekken in de bochten. Door telkens een ander sinuspad te maaien ontstaat er veel variatie in hoogte van de vegetatie en verschraling van de bodem. Ook zorgt het sinusmaaibeheer ervoor dat er gedurende het gehele actieve seizoen van insecten kruiden tot bloei kunnen komen. Bij iedere maaibeurt blijft er circa 40% van de vegetatie staan. De overblijvende vegetatie hoeft niet aaneengesloten te zijn maar mag ook uit meerdere plukken bestaan.

Gefaseerd maaibeheer

Indien sinusmaaibeheer niet haalbaar is door een beperkte oppervlakte kan een afgezwakte vorm van gefaseerd maaibeheer mogelijk wel een optie zijn. Zorg er dan voor dat bij iedere maaibeurt ongeveer 30-40% van de vegetatie blijft staan, ook de winter door. Het aantal maaibeurten per jaar is afhankelijk van de lokale voedselrijkdom. Voor niet bemeste tuinen, bermen enzovoorts kan 1-2 keer per jaar maaien per fase vak voldoen. Rouleer de te maaien vakken zodat iedere jaar een ander stuk over blijft staan door de winter zodat er geen verruiging ontstaat.

Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB

Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Yavanna Aartsma