Losstaande bomen of bomenrij - beheer
Houtige opslag
Solitaire bomen kunnen waardevol zijn als schuil-, rust- of nestplaats van vele soorten, niet alleen voor bestuivers. Inheemse boomsoorten kunnen voor meer soorten een rol spelen dan uitheemse soorten of variëteiten. Lindes, (knot)wilgen, kastanjes en fruitbomen bieden veel nectar en stuifmeel wanneer ze bloeien. Uitgerotte holten in bomen worden onder andere door enkele hommels gebruikt als nestlocatie en in dood hout kunnen nestgangen gemaakt worden door vele soorten bestuivers. Plant indien mogelijk verschillende nectar- en of stuifmeelrijke soorten om zo over langere tijd voedsel te bieden aan de bestuivers.
Individuele bomen en/of boomgroepen hebben niet veel onderhoud nodig. Dood hout in de boom kan voor sommige bestuivers een nestelplek bieden, laat daar waar het kan dan ook dood hout in de boom zitten.
Beperk onderhoudssnoei tot het noodzakelijke. Juist kwijnende bomen kunnen waardevol zijn voor bestuivers en insecten in het algemeen.
Gewenste vegetatie
Op basis van de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio, adviseren we om in uw beheersplan toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit de lijst 'Meest geschikte soorten'.
Meest geschikte soorten
Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.
Vuistregels voor aanleg
Planning
- Indien onderhoudssnoei noodzakelijk is kan dit in de wintermaanden worden uitgevoerd. Bij haagbeuk, walnoot, wilde paardenkastanje, esdoorn en berk dient dit beperkt te worden van september- begin januari in verband met sapuittreding of bloeden, wat een verhoogde kans op ziektes geeft bij deze soorten.
- Snoei niet alle knotbomen in hetzelfde jaar maar in bijvoorbeeld ieder jaar een derde deel. Spreid dit dat ook in ruimte over de rij of het perceel.
Praktische uitvoering
- Verwijder, indien nodig vanuit veiligheidsoverwegingen, schurende takken, waterloten of dode takken.
- Indien bij het planten van de boom een boompaal en/of vraatbeschermer is geplaatst kunt u deze na 4-5 jaar verwijderen.
Ruimtelijke indeling
- Overweeg om schaduw tolerante of schaduwminnende planten in te zaaien of aan te planten in de boomspiegel.
Combineren met nestaanleg
Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood)hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.
Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bij verminderd snoeien kan er een natuurlijk proces van kwijnend en doodhout op gang komen. Dit is nuttig voor nestgelegenheid van bestuivers (en andere insecten). Twee derde van de ongeveer 328 in Nederland voorkomende soorten zweefvliegen is in meer of mindere mate gebonden aan bos. Daarvan wordt een groep van 57 soorten onder de saproxylen (sapros = rot, xylos = hout) bedeeld waarvan de larven voor hun afhankelijk zijn van oude bomen. Deze larven voeden zich met schimmels in het rottende hout, sap dat uit wonden in de bast vloeit of water dat in boomholtes blijft staan. Stabiele vochtige microklimaten zijn wenselijk voor rottend hout zodat de rottingsplekken en sapstromen niet uitdrogen. Het rigoureus dunnen of kappen van bossen of houtige vegetatie is voor deze soorten dus niet wenselijk omdat het bos dan opener wordt met meer invloed van zon en wind.
Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB
Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Foto Yavanna Aartsma