Hout minder vaak terugsnoeien - beheer

Houtige opslag

Bij verminderd snoeien kan er een natuurlijk proces van kwijnend en doodhout op gang komen. Dit is nuttig voor nestgelegenheid van bestuivers (en andere insecten). Twee derde van de ongeveer 328 in Nederland voorkomende soorten zweefvliegen is in meer of mindere mate gebonden aan bos. Daarvan wordt een groep van 57 soorten onder de saproxylen (sapros = rot, xylos = hout) bedeeld waarvan de larven voor hun afhankelijk zijn van oude bomen. Deze larven voeden zich met schimmels in het rottende hout, sap dat uit wonden in de bast vloeit of water dat in boomholtes blijft staan. Stabiele vochtige microklimaten zijn wenselijk voor rottend hout zodat de rottingsplekken en sapstromen niet uitdrogen. Het rigoureus dunnen of kappen van bossen of houtige vegetatie is voor deze soorten dus niet wenselijk omdat het bos dan opener wordt met meer invloed van zon en wind. Naast deze saproxylen zijn er ook mindergespecialiseerde soorten die baat hebben bij bos achtige ontwikkelingen omdat zij bijvoorbeeld leven van de bladluizen op die planten of van de wortels, stengels en bladeren van specifieke soorten in de ondergroei van bossen (primula familie bijvoorbeeld). Deze soorten hebben juist wel baat bij een wat meer open structuur van bossen omdat er dan vaak een rijkere ondergroei van kruidachtige planten ontstaat. Bij voldoende oppervlakte kan dus een keuze worden gemaakt om een deel van een bos dicht te laten groeien en bij een ander deel meer open bos te creƫren door te snoeien. Heb bij het uitvoeren van dunningen aandacht voor de ondergroei van het bos, werk vanuit paden en laat zo veel mogelijk de bodem en ondergroei in tact.

Ecoprofiel voor bestuivers

Bos
Bosrand en grazig
Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Yavanna Aartsma