Bloemenveld - aanleg

Droge kruidenvegetatie

Bloemrijke vegetaties zijn er in verschillende vormen en met verschillende doelen. Een bloemrijke vegetatie kan bij een juiste soortkeuze, aanleg en goed beheer een belangrijke voedselbron vormen voor wilde bestuivers. Ook kan deze een rol spelen bij de beheersing van plaagdieren in gewassenteelt. Bloemstroken worden vaak langs akkers, wegbermen of in parken of woonwijken aangelegd. Een bloemenveld is een breder perceel in half-natuurlijke terreinen zoals natuurgraslanden en uiterwaarden of in parken en tuinen. In parken, woonwijken en tuinen kunnen eventueel ook bloembollen gepoot worden onder de ingezaaide bloemenstrook of bloemenveld om zo nog vroeger in het voorjaar bloemen te hebben en nectar en pollen beschikbaar te stellen voor de bestuivers. Een bloemenweide heeft een meerjarig karakter met een goede balans tussen grassoorten en bloemrijke kruidachtige planten.

Gewenste vegetatie

Inheemse bloemenmengsels met gebiedseigen soorten sluiten het beste aan bij de eisen van de lokaal voorkomende wilde bestuivers, en hebben dus de voorkeur. Voor uw terrein adviseren we om toe te werken naar een vegetatie met de plantensoorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten'. Deze hebben we gebaseerd op basis van kennis over de planten die van nature in uw regio voorkomen, en welke daarvan het meest relevant zijn voor de bestuivers in uw regio. Onderzoek waar mogelijk eerst of deze soorten nu al voorkomen op de plek waar u een maatregel wilt gaan nemen. Zo ja, dan is het beter om deze soorten te bevorderen via het juiste beheer. Kijk voor een gericht beheer-advies op Beheer bloemenveld.

Zijn deze soorten nog niet aanwezig, gebruik dan deze ontbrekende soorten uit onderstaande lijst 'Meest geschikte soorten' voor het samenstellen van uw zaaimengsel. Twee tips bij het maken van een selectie:

  • Weet u of de bodem ter plaatse erg voedselrijk of voedselarm is, houdt daar dan rekening mee in de selectie (zie onder).
  • Kies voor soorten die elkaar aanvullen in bloeiperiode, zodat de bijen in uw terrein gedurende hun hele vliegperiode voedsel kunnen vinden. Wilt u meer hulp om deze ‘bloeiboog’ zo goed mogelijk af te stemmen op de vliegperiode van specifieke bijen in uw regio, maak dan gebruik van de ‘bloeibogen’ webtool.

Meest geschikte soorten

Via Terreingericht advies zijn er aan de hand van de locatie en het soort terrein tips en advies over aanleg en beheer van beplantingen die bestuivers ten goede komen.

Vuistregels voor aanleg

Planning

Zaaien kan in principe jaarrond, maar niet als de bodem te nat is of bevroren is. Sommige periodes hebben de voorkeur. Bij het zaaien van meerjarig mengsels in het najaar kunnen bijvoorbeeld winterannuellen al kiemen, en is er minder kans op onkruid dan bij zaaien in het voorjaar. Eenjarige mengsels kunnen prima in het voorjaar (februari-maart) gezaaid worden wel moete er dan mogelijk wat extra tijd worden ingepland voor het toepassen van een vals zaaibed. (Zie onder Voorbewerking.)

Voorbewerking

Bekijk eerst welke gewenste plantensoorten al aanwezig zijn en of deze kunnen blijven staan, soms is aangepast beheer beter dan nieuwe aanleg.
Ingezaaide bloemen vestigen zich niet goed in grasmatten of dichte vegetatie en heeft dus niet de voorkeur. Verwijder deze oppervlakkig (5 cm) en verstoor de grond daarbij zo min mogelijk (om activering van ongewenste zaden in de bodem te voorkomen). Wilt u toch doorzaaien in een blijvende grasmat, kijk dan hier voor tips.

  • Verwijder wortels van hardnekkige wortelonkruiden (handmatig).
    In de bodem is vaak een zaadbank aanwezig van ongewenste onkruiden die kiemen na verstoring van de bodem. Door een vals-zaaibed te creëren wordt de overlast beperkt. Wacht na het klaarmaken van het zaaibed tot deze soorten kiemen en schoffel deze ondiep af. Herhaal dit eventueel voor beter resultaat. Bij de aanleg van een meerjarig kruidenrijk grasland is het toepassen van een vals-zaaibed niet nodig.
  • Bemesting is bij een bloemrijke vegetatie niet gewenst.

Aanplant/inzaai

  • Verdun het zaadmengsel met grond om het gelijkmatiger te verdelen over het oppervlakte. Bijvoorbeeld één kruiwagen lichtvochtig zand op 1 kilo zaad.
  • De aanbevolen hoeveelheid zaden per vierkante meter hangt af van de (bodem)omstandigheden. Dit varieert van 2 gram per m2 bij een droge, dichte grondsoort tot 1 gram op 1-1,5 m2 bij vochtige en voedselrijke bodems. Vraag een leverancier of specialist eventueel om advies.
  • Zaai het liefst handmatig, zaaimachines zijn vaak ongeschikt door de diversiteit aan zaden. Het mengsel wordt dan niet homogeen verspreid. Tevens kan het gebruik van zware machines de bodem verdichten. Bij het inzaaien van grotere oppervlakten aan akkerranden waarbij een hoge onkruiddruk is te verwachten kan mogelijk wel machinaal gezaaid worden, door de vaste tussenafstand van de rijen kan onkruid dan namelijk ook machinaal gewied worden.
  • Zaai het mengsel op kale grond en nooit dieper dan de dikte van de zaden. Eventueel licht aanharken- of rollen, maar nooit met zwaar materieel.
  • Indien gewenst kunnen tussen de bloemenstrook in bijvoorbeeld parken, tuinen of wegbermen bollen en knollen gepoot worden die geschikt zijn voor verwildering. Dit werkt het beste op matig voedselrijke grond, de bollen en knollen hebben namelijk een rijkere bodem nodig en de kruidige vegetatie juist minder voedselrijk.

Nazorg

  • Bij zaaien in voorjaar kan soms veel onkruid opkomen. (Om dit te voorkomen: vals-zaaibed-methode toepassen.) Wanneer de grond (bijna) niet meer te zien is (kiemplanten krijgen te weinig licht), kan dit eventueel op 5 cm afgemaaid en afgevoerd worden. Bij zaaien in nazomer/herfst is dit vaak niet nodig en kan vanaf het volgende jaar begonnen worden met regulier beheer.
  • Bij ingezaaide akkerranden kunnen, wanneer de kiemplanten enigszins ontwikkeld zijn, in het eerste jaar storende onkruiden als ridderzuring, melde en perzikkruid gewied worden.
  • Ratelaar (Rhinanthus) is een half-parasiet op grassen en kan zo vergrassing van een bloemenweide enigszins tegengaan, met name op niet al te voedselrijke bodems. Zaaien met het bloemenmengsel, of bijzaaien in de late zomer –late herfst; in dat geval zorgen dat er ruimte op de bodem is voor de zaden om te bereiken.

Duurzaam beheer in latere jaren

NB: Blijvend bijvriendelijk beheer is essentieel om de waarde voor de toekomst te behouden.

Kijk voor een gericht beheer-advies op Bloemenveld - beheer.

Combineren met nestaanleg

Het leefgebied van bijen moet naast voldoende voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel ook een voldoende geschikte nestlocatie bieden. De ongeveer 360 soorten bijen in Nederland zijn grofweg in te delen in drie typen nestelaars en de koekoeksbijen (die zelf geen nesten maken). Ongeveer 250 soorten nestelen ondergronds, waarvan 101 soorten zelf geen nest maken maar parasiteren op het nest van een andere soort (Peeters et al. 2012). Ongeveer 40 soorten maken voor hun nesten gebruik van (dood) hout en holle stengels van onder andere braam, riet en vlier. De overige soorten nestelen in bijvoorbeeld slakkenhuizen, boomholten, muizenholen, in kieren of spleten of onder mos.

Zowel voor de bovengrondsnestelende als de ondergrondsnestelende bestuivers zijn er verschillende mogelijkheden om extra nestgelegenheden aan te bieden. Bovengronds kan dit door bijvoorbeeld aangepast maaibeheer, het plaatsen/maken van een insectenhotel en aangepast onderhoud van struiken en bomen. De ondergrond kan geschikt worden gemaakt als nestlocatie door het creëren van open plekken in de vegetatie, het aanleggen van nesteldijkjes of het afsteken van taluds.

Subsidiemogelijkheden via ecoregelingen binnen het GLB

Mogelijk komt u door toepassing van deze maatregel in aanmerking voor subsidie vanuit de ecoregeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Deze maatregel zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan eco-activiteiten in de categorie ‘niet-productieve grond’ of ‘hoofdteelt’. Binnen deze regeling voert u eco-activiteiten uit die passen bij uw bedrijf en die bijdragen aan doelen zoals klimaat, bodem, water, landschap en biodiversiteit. Voor meer informatie en de actuele voorwaarden kunt u terecht op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voorbeeld van de toepassing van deze maatregel

Foto Wim Dimmers